Hoofdrolspelers

30 november 2009

Mambo heeft lief ...

Zoals ik je vroeger reeds vertelde, is de enige die bij mij thuis is gebleven, Kochka. De laatste tijd valt hij mij meer lastig dan ik zelf wil en dan moet ik hem een knauw geven. Dat is de enige manier om hem te stoppen. Hij heeft nog zoveel te leren. Het wordt echter stilaan tijd dat hij op zijn eigen poten gaat staan. Altijd maar spelen, iedereen achtervolgen, besluipen, schijnaanvallen, in de nek bijten doch niet echt doorbijten, het eten uit de bakjes van de andere poezen oppeuzelen. En wanneer hij dan na dit alles echt moe is, durft hij dicht tegen me aankruipen. Je kan er op dat moment niet boos op zijn. Dus neem ik mijn zoon in mijn armen en doen we een tukje.

29 november 2009

Kochka leert ...

Ik heb mijn eigen televisie ontdekt. Een super de luxe model want wanneer je je neus tegen het scherm duwt, krijg je zelfs een zeer breed beeld net zoals wanneer je onder een aquarium doorloopt. Wanneer je dan spreekt, klinkt het zo heel dof. Alleen scheelt er iets met het beeld. Normaal rolt het of is het vervormt omwille van de magneten die defect zijn. Maar hier draait het rond en rond en ik kan er niets van maken. En aan de binnenzijde van het scherm klotst water. Niet normaal, dus. Hé, maar dat ken ik en dat ook. Het is mijn dekentje. Snel het vrouwtje verwittigen dat er iets niet pluis is met mijn televisie.

27 november 2009

Mysterieus rood (2) ...

Tot op heden hebben wij en de baasjes geen (bloed)sporen meer gevonden. Ze vermoeden dat wij gevochten hebben en daarna onze wonden hebben gelikt. Door ons speeksel ontsmetten we onze wonden en stolt het bloed sneller. Alle sporen zijn gewist. Dus het ingestelde onderzoek is gestaakt in afwachting van eventuele verdere aanwijzingen die nog aan het licht kunnen komen. Het enige dat we misschien minder opvallend moeten doen, is slechts tijdens de afwezigheid van de baasjes Cleo achterna zitten. We kunnen haar niet luchten. Een zwarte kat brengt alleen maar ongeluk. Dus spannen we met z'n allen samen tegen Cleo. Maar als er gevochten en geroepen wordt, maakt Kochka zich ferm uit de voeten en verstopt zich op een onvindbare plaats. Mambo en Ambiorix snellen ter hulp, met of tegen het geviseerde slachtoffer. Zazou houdt zich meestal wijselijk afzijdig behalve wanneer zijzelf de aanleiding geeft tot een machtstrijd.
Voorlopig lopen we dus nog vrij rond en doen alsof onze neus bloed. Tiens, zou dat misschien de verklaring van die bloedsporen zijn? Of is er een vampier in huis?

25 november 2009

Mysterieus rood (1) ...

Er is paniek bij de thuiskomst van het vrouwtje. Een rood plasje en verscheidene opgedroogde rode vlekken vertonen zich her en der op de vloer van de inkomsthal. Net alsof een klein levend wezen het heeft moeten bekopen met zijn of haar leven tegen een of meerderen van ons, namelijk de zes prooidieren van het huis. Elders in het huis is geen enkel bloederig spoor te volgen noch achtergebleven haar of huid te bespeuren. Een mysterie. Normaal gezien komen we met enkelen naar beneden om het vrouwtje te begroeten, maar niemand van ons die dat doet. Er is alleszins iets gebeurd. Het vrouwtje onderwerpt elk van ons aan een grondig lijfelijk onderzoek, maar niemand slaakt een kreet van pijn. Allerlei vermoedens en scenario's worden gevormd, maar geen enkel daarvan kan worden bekrachtigd. Ook wanneer het baasje thuis komt, ondergaan we allen nogmaals, met onze voorpoten tegen de muur, een lijfelijk onderzoek, maar ook hij kan niets vinden. Ieder van ons eet goed en er is op ons gestroomlijnde lijf geen enkel spatje bloed te bespeuren. Het mysterie blijft. Misschien dat er in de loop van de avond of morgen meer gegevens kunnen worden verzameld om het slachtoffer te identificeren of de dader bij de kraag te vatten. Wij houden de lippen alleszins stijf op elkaar. Dat hebben we met onze bende afgesproken. Wordt vervolgd ...

23 november 2009

Ambiorix op zoek …

Het is laat en iedereen, behalve ik, heeft een slaapplaats gevonden. Ik begeef mij, zoals altijd, naar mijn vaste stek. Groot is mijn verbazing wanneer ik vaststel dat Cleo in mijn mandje ligt. Wat nu? Ik dool wat rond maar kan geen andere geschikte plaats vinden. Ik kijk mijn baasjes aan en zeg luid dat ik helemaal niet akkoord ga met deze regeling. Zij tonen begrip. Het vrouwtje strekt haar beide benen en steunt met haar voeten op de salontafel. Ze bedekt haar benen met een warm dekentje. Mijn frank, of liever eurocent, valt. Ik heb een ‘A-HA’ herinnering. Vroeger, wanneer ik nog klein was, zocht ik ’s avonds altijd het gezelschap van het vrouwtje op want dan werd ik lekker verwend. Via de zetel wandel ik gemoedelijk over haar benen tot ik met mijn neus in aanraking kom met haar voeten. Dan leg ik mij volledig uitgestrekt neer. Zalig, net als toen.

Zazou geniet wanneer het kan …

Joepie. De blauwe slaapkamer is helemaal afgewerkt. De stores hangen. Het bed is bedekt met fris gewassen beddengoed. Samen met Silly probeer ik de vering uit en wauw dat ligt lekker zacht. Ik heb van deze kamer stilaan mijn eigen territorium gemaakt. Hier kan ik rustig mijn ‘winterslaap’ aanvangen zonder dat ik word lastig gevallen door Cleo. Ze tiranniseert de hele bende en vooral mij, maar ik laat me niet doen. Ieder om beurt zitten we achter Cleo aan. Zelfs Mambo die normaal geen vlieg kwaad doet. Cleo wil opklimmen langs de hiërarchische ladder, maar ik wil haar houden waar ze zich nu bevindt. Silly is de oudste en de leidster van het volledige pak en ook daarbuiten. Dan staan Mambo en ik er net onder, Ambiorix houdt zich in het midden, Cleo volgt maar tart dus geregeld het lot. Kochka heeft omwille van zijn jeugdige leeftijd, nu zes maanden, nog geen echte rangschikking. Opgelet, ik ga even een kijkje nemen in de woonkamer.Normaal staat Cleo achter de hoek te wachten om mij terug naar boven te jagen. Ze staat dan ter plaatse te trappelen op lawaaierig isolatiemateriaal dat ter bescherming op de treden is aangebracht zolang er nog werken in het huis aan de gang zijn. Telkens weer trap ik in haar val. Met haar kan je niet voorzichtig genoeg zijn. Voorzichtig pols ik even om de hoek. Deze keer is er niemand te zien. Even mijn rondje door het huis afwerken en daarna lekker wegdromen op mijn bedje.

22 november 2009

Ambiorix kan er weer tegen ...

Gisterenmorgen rook ik onraad. Ik hoorde een bekend in de oren klinkend geluid? Namelijk dat van een poezenreismand. Zulke reismand wordt meestal gebruikt voor een reis naar de dierenarts en terug. Niemand van ons weet wie zijn of haar beurt het is en dus reppen we ons allemaal uit de voeten. Ik verstop me zo ver mogelijk weg, maak me heel klein en blijf onbeweeglijk zitten. Ik vraag me ondertussen af of ik kwaaltjes heb, maar hierop is mijn antwoord negatief. Dus mij zullen ze niet moeten hebben. Maar voor ik het goed en wel besef, zit het vrouwtje toch achter mij aan. Normaal heb ik niets tegen het feit dat de vrouwtjes achter mij aan zitten, maar zeker niet om mij in een oncomfortabele mand te laten ontvoeren. Ik haal het onderste uit de kan betreffende mijn sprintsnelheid, maak een aantal schijnbewegingen en ‘bokkensprongen’, maar na een half uur heeft ze mij te pakken. Beiden zijn we bijna uitgeput. Ik spartel nog wat tegen, gebruik mijn scherpe nagels, maar het pleit is beslecht. Nu gaat het met de auto verder. Toegekomen bij de dierenarts, ruik ik de onaangename geur die nare herinneringen bij mij oproept. De deur van de reismand opent zich, maar ik spreid mijn poten zodanig dat er in elke hoek een poot vast zit. Tevergeefs want het deksel gaat er af en ik begin te zweven. Twee sterke armen heffen mij omhoog waarna ik op de onderzoekstafel beland. Ik maak me zo laag mogelijk, misschien val ik dan niet meer op. Wat nu? Na wat bepotel over heel mijn lijf wordt mijn nekvel bijeen geknepen en ik voel een lichte prik gevolgd door een andere. Hierna voel ik de greep lossen waarna ik een lieve streling over mijn pels gewaar wordt. Voor de rest gebeurt er niets meer. Ik vlucht in de nog geopende reismand en stop me helemaal achteraan weg. Het deurtje gaat dicht. Ik hoor nog wat gepraat van mijn vrouwtje en een vreemde stem. Dan ga ik de lucht in met reismand en voor ik het besef voel ik frisse, zuivere lucht in mijn neusgaten. Oef, we zijn buiten. Het ritje naar huis is meegenomen. Wanneer ik thuis wordt vrijgelaten, komen de anderen mij besnuffelen en blazen ze want ergens hangt er aan mij een geurtje. Om te bekomen van deze stresssituatie, zoek ik mijn meest geliefde plek op en val niet veel later in een diepe slaap. Ik kan weer op mijn beide oren slapen gedurende een jaar.